Coördinaatvolgorde
Software kan LandXML-coördinaten als Northing, Easting, Elevation behandelen. Controleer dus de betekenis van X/Y in de bron en in het doelpakket; wissel nooit alleen omdat een getal “logischer” lijkt.

LandXML
LandXML kan punten, lijnen, alignementen, oppervlakken en andere civieltechnische gegevens bevatten. Welke onderdelen aanwezig en bruikbaar zijn, hangt af van het exporterende pakket en de inhoud van het bestand.
Software kan LandXML-coördinaten als Northing, Easting, Elevation behandelen. Controleer dus de betekenis van X/Y in de bron en in het doelpakket; wissel nooit alleen omdat een getal “logischer” lijkt.
Een CoordinateSystem-element of projectinstelling helpt, maar de ontvangende software kan andere import- of transformatie-instellingen gebruiken. Controleer bron- én doelstelsel expliciet.
Een Z-waarde bewijst niet automatisch NAP, ellipsoïdische hoogte of een ander verticaal datum. De hoogte-referentie moet uit project- of broninformatie komen.
Wanneer units, CRS, puntbetekenis of hoogte-referentie niet betrouwbaar uit de bron kunnen worden vastgesteld, hoort de software dat zichtbaar te maken in plaats van zelf een projectstelsel te kiezen.