1. Eerst bepalen wat een punt is
Een tekst, cirkel of hoekpunt van een polylijn krijgt niet automatisch de status meetpunt. Dat voorkomt dat tekeningselementen als veldpunten worden geëxporteerd.

DXF → veldboek-TXT
De veilige standaard is eenvoudig: alleen echte DXF POINT-entiteiten als meetpunt behandelen. INSERT kan alleen bewust worden meegenomen wanneer het werkelijk een landmeetkundig puntblok is.
Een tekst, cirkel of hoekpunt van een polylijn krijgt niet automatisch de status meetpunt. Dat voorkomt dat tekeningselementen als veldpunten worden geëxporteerd.
X/Easting en Y/Northing blijven bronwaarden. Ontbrekende Z blijft leeg; een echte numerieke Z=0 blijft geldig. Er vindt geen stille X/Y-wissel of CRS-transformatie plaats.
Kolomvolgorde, scheidingsteken en decimalen worden afgestemd op de importinstellingen van het gebruikte veldboek. Controleer die instellingen vóór import.
Leica Captivate ondersteunt het importeren van een eenvoudig ASCII-bestand en DXF-data. Dat betekent niet dat één vaste TXT-kolomvolgorde voor iedere Leica-configuratie universeel is. Survey Control behandelt de TXT daarom als een instelbaar ASCII-importprofiel.
Praktische basis: puntnaam, Easting/X, Northing/Y, hoogte/Z en code — of Northing/Easting wanneer de veldsoftware daarop is ingesteld.
Controleer puntidentificatie, kolomvolgorde, eenheden, coördinatenstelsel en hoogte-referentie op het veldboek. Een correct tekstbestand kan nog steeds verkeerd worden geïnterpreteerd wanneer de jobinstellingen niet overeenkomen met het bronproject.